Netto operationele winst in tweede kwartaal stabiel, op halfjaarbasis 4% hoger Autonome groei activiteiten in tweede kwartaal 3%, op halfjaarbasis 4% Amerikaanse milieumarkt, Zuid-Amerika en Azië belangrijkste groeimarkten Omzet daalt in tweede kwartaal met 4% door valuta-effecten en desinvesteringen Zwakke overheidsmarkt leidt tot druk op marges; kostenreductiemaatregelen getroffen Voor heel 2011 stijging van netto operationele winst verwacht van 0 – 5%

ARCADIS (EURONEXT: ARCAD), de onderneming die internationaal adviezen, ontwerpen, ingenieurs- en managementdiensten levert, heeft in het tweede kwartaal de winst op peil gehouden bij een voortgaande autonome groei van activiteiten van 3%. De netto operationele winst steeg 1% naar € 18,5 miljoen. Dit is exclusief de winst van € 7,4 miljoen uit de verkoop van het 50% belang in ARCADIS AQUMEN Facility Management (AAFM). Omzet en winst werden positief beïnvloed door de verkoop van enkele energieprojecten in Brazilië, maar negatief door valuta-effecten (vooral zwakkere dollar versus de euro). Per saldo daalde de omzet 4% naar € 492 miljoen. De autonome groei kwam uit de Amerikaanse milieumarkt, Zuid-Amerika en Azië. In Europa resulteerden bezuinigingen van overheden in een daling van activiteiten en druk op de marges. Om de marges te verbeteren zijn kostenreductiemaatregelen getroffen, waarvoor in het kwartaal een reorganisatielast werd genomen van € 6,9 miljoen.

In het eerste halfjaar bedroeg de omzet € 956 miljoen, vrijwel gelijk aan vorig jaar. De autonome groei van de activiteiten was 4%. De netto operationele winst steeg 4%.
 
Medio juli werd de overname afgerond van de resterende 50% - 1 aandeel in de advies- en ingenieursactiviteiten van ARCADIS Logos in Brazilië. Dit werd mede gefinancierd door de uitgifte aan de verkopers van 1,16 miljoen ARCADIS aandelen. In juni werden de meeste bankleningen geherfinancierd, o.a. door onderhandse plaatsing van $110 miljoen bij private investeerders in de Verenigde Staten.

Bestuursvoorzitter Harrie Noy zei: “Ik ben blij dat we de autonome groei van onze activiteiten op een goed niveau voortzetten. Weliswaar hebben we behoorlijk last van bezuinigingen van overheden, maar daar staan positieve ontwikkelingen tegenover. In de Amerikaanse milieumarkt breiden we ons marktaandeel uit, ook in Europa trekken de bestedingen van bedrijven aan, in Brazilië en Chili profiteren we van investeringen in mijnbouw en energie en RTKL doet het goed in Azië. Vooral in Europa leidt toegenomen concurrentie tot prijsdruk. Om hieraan het hoofd te bieden zijn maatregelen getroffen gericht op margeverbetering. Hierin past ook de benoeming van een directeur Europa waarmee we meer marktsynergie en efficiencyverbetering willen bereiken. Door uitbreiding van ons belang in Brazilië kunnen we daar nog meer profiteren van de aanhoudend sterke groei.”

Belangrijkste cijfers:

1) Exclusief winst op verkoop 50% belang in AAFM
2) Vóór amortisatie en niet-operationele items (winst verkoop AAFM, eenmalige financieringslasten en kosten

Tweede kwartaal
De omzet daalde 4% vooral door een negatief valuta-effect van 6%. Door de verkoop van AAFM*  enerzijds en de overname van het Amerikaanse Rise (vierde kwartaal 2010) en enkele kleinere bedrijven anderzijds, was de bijdrage van acquisities en desinvesteringen per saldo 1% negatief. Exclusief de verkoop van enkele energieprojecten in Brazilië, groeide de omzet autonoom met 2%.

* De verkoop van het 50% belang in AAFM werd afgerond begin juni 2011, maar het belang werd reeds per eind december 2010 gedeconsolideerd.

De bruto toegevoegde waarde (omzet eigen medewerkers) bleef vrijwel gelijk. Het valuta-effect was 6% negatief. Doordat bij AAFM veel werk wordt uitbesteed aan derden, was het effect van verkoop geringer dan bij de omzet, waardoor de bijdrage van acquisities en desinvesteringen per saldo 1% positief was. Exclusief de verkoop van enkele energieprojecten in Brazilië, was de autonome groei 3%. Deze was vooral afkomstig uit Zuid-Amerika, de Verenigde Staten en Azië. Door minder vraag vanuit overheden namen in Europa de activiteiten af, het sterkst in Nederland en Polen.

De EBITA bedroeg € 42,9 miljoen. Hierin zit een (onbelaste) winst van € 7,4 miljoen uit de verkoop van AAFM. Exclusief deze bijdrage steeg de recurring EBITA 12% naar € 35,5 miljoen. Het valuta-effect was 9% negatief. Exclusief AAFM was de bijdrage van acquisities en desinvesteringen per saldo 1%. In de recurring EBITA zaten de volgende bijzondere elementen:

De verkoop van enkele energieprojecten in Brazilië leverde een bijdrage op van € 9,5 miljoen (vóór belastingen), terwijl in 2010 op één van de projecten nog een verlies werd genomen van € 2,6 miljoen.  De bijdrage van carbon credits uit Brazilië was nihil (2010: € 0,1 miljoen). De kosten voor reorganisatie en integratie lagen met € 6,9 miljoen duidelijk hoger dan vorig jaar (2010: € 2,6 miljoen). Het merendeel hiervan betreft maatregelen in Europa (inclusief Nederland) om kosten te reduceren en marges te verbeteren. Ook zijn kosten genomen in verband met het integratieproces in de Verenigde Staten.

Rekening houdend met deze effecten daalde de EBITA autonoom 5%. Dit kwam vooral door lagere resultaten in Nederland, het Verenigd Koninkrijk en Polen, ten dele gecompenseerd door hogere winsten in Noord- en Zuid-Amerika.

De marge (recurring EBITA als percentage van bruto toegevoegde waarde) kwam uit op 10,0% (2010: 9,0%). Gecorrigeerd voor de hiervoor genoemde bijzondere posten, was de onderliggende marge 9,6% ten opzichte 10,4% vorig jaar. Deze daling is het gevolg van prijsdruk, vooral in de Europese markten.
 
De financieringslasten waren € 7,7 miljoen (2010: € 4,7 miljoen). Hierin zit een eenmalig effect van € 3,9 miljoen voor versnelde aflossing van bestaande leningen en afrekening van derivaten in verband met de herfinanciering van leningen. De belastingdruk was 21,1% (2010: 33,5%), gebaseerd op de verwachte druk voor het gehele jaar. De netto operationele winst steeg 1%, duidelijk minder dan de recurring EBITA, vooral door een grotere winstbijdrage uit Brazilië, waar ARCADIS in het tweede kwartaal nog een belang had van 50% + 1 aandeel.

Eerste halfjaar
De omzet was vrijwel gelijk aan vorig jaar. Het valuta-effect was 3% negatief, terwijl de bijdrage van acquisities en desinvesteringen per saldo 1% negatief was. Exclusief de verkoop van enkele energieprojecten in Brazilië, groeide de omzet autonoom met 2%.

De bruto toegevoegde waarde nam 3% toe. Ook hier was het valuta-effect 3% negatief, maar pakten acquisities en desinvesteringen per saldo 1% positief uit. Exclusief de verkoop van energieprojecten bedroeg de autonome groei 4%.

De EBITA bedroeg € 75,7 miljoen. Exclusief de winst uit de verkoop van AAFM steeg de recurring EBITA 12% naar € 68,3 miljoen. Het valuta-effect was 3% negatief, de bijdrage van acquisities en desinvesteringen per saldo nihil (exclusief AAFM). In de recurring EBITA zaten de volgende bijzondere elementen:

Een bijdrage van € 9,5 miljoen (vóór belastingen) uit de verkoop van energieprojecten, terwijl in 2010 nog een verlies werd genomen van € 4,5 miljoen.  Een bijdrage van carbon credits van € 2,2 miljoen (2010: € 0,1 miljoen). Kosten voor reorganisatie en integratie van € 8,6 miljoen (2010: € 3,3 miljoen).

Rekening houdend met deze effecten was de autonome daling van de EBITA 3%. De marge (recurring EBITA als percentage van bruto toegevoegde waarde) kwam uit op 9,7% (2010: 9,0%). Gecorrigeerd voor de hiervoor genoemde bijzondere posten, was de onderliggende marge 9,4% ten opzichte 10,1% vorig jaar.

De financieringslasten bedroegen € 12,3 miljoen en exclusief de eenmalige effecten van de herfinanciering € 8,4 miljoen (2010: € 8,7 miljoen). De belastingdruk van 25,5% (2010: 34,0%) is gebaseerd op de te verwachten belastingdruk voor het hele jaar. Dit is aanzienlijk lager dan vorig jaar, mede door de belastingvrije opbrengst uit de verkoop van AAFM. De netto operationele winst steeg 4%. Dit is minder dan de stijging van de EBITA, vooral door een grotere winstbijdrage uit Brazilië.

Door het seizoenspatroon in het werkkapitaal was de kasstroom in het eerste halfjaar negatief. Deze was met min € 33,5 miljoen lager dan vorig jaar doordat het werkkapitaal aan het eind van het tweede kwartaal hoger was dan vorig jaar (17,1% versus 16,0%), mede veroorzaakt door de integratie van activiteiten in de Verenigde Staten. Inmiddels is een programma gestart om het werkkapitaal structureel te verlagen. De netto schuld bedroeg € 283 miljoen (medio 2010: € 299 miljoen). De balansratio’s bleven sterk. De ratio netto schuld versus EBITDA (volgens bankconvenanten) bedroeg 1,3 (2010:1,4), de interest coverage ratio was 8 (2010: 8).

Ontwikkelingen per marktsegment
De hierna genoemde cijfers hebben betrekking op de omzet en gelden voor het eerste halfjaar 2011 in vergelijking met dezelfde periode in 2010, tenzij anders vermeld.

Infrastructuur (28% van omzet) Groeicijfers exclusief verkoop energieprojecten Brazilië.
De omzet groeide 5%. Het valuta-effect was 1%, de bijdrage van acquisities min 1%. Autonoom steeg de omzet 5%, de bruto toegevoegde waarde 9%. De groei kwam vooral uit Brazilië en Chili, gedreven door investeringen in mijnbouw en energie. In de Verenigde Staten waren de activiteiten relatief stabiel, terwijl in veel Europese landen de omzet daalde door bezuinigingen van overheden. Grote projecten lopen in het algemeen door, behalve in Polen waar lopende projecten zijn vertraagd. In Nederland werd een grote opdracht verworven voor de afbouw van de Noord-Zuidlijn in Amsterdam.

Water (16% van omzet)
De omzet daalde 15%. Het valuta-effect was 3% negatief. De autonome daling was 12%, en door het aflopen van projecten met veel subcontracting, bij de bruto toegevoegde waarde 6%. Deze daling kwam ten dele door afronding van het contract in New Orleans waar ARCADIS vanaf 2007 werkte aan kustbescherming. Hoewel in de Verenigde Staten diverse grote projecten werden binnengehaald, heeft budgetkrapte bij lokale overheden een negatief effect op de start van projecten en het aantal projecten dat op de markt komt. Ook in Europa hebben de wateractiviteiten last van bezuinigingen bij de overheid.

Milieu (38% van omzet)
De omzet steeg 6%. Het valuta-effect was 5% negatief. Autonoom steeg de omzet 11%, de bruto toegevoegde waarde 7%. Deze sterke groei kwam vooral uit de Verenigde Staten, waar de vraag vanuit de private sector op een goed niveau ligt en veel milieusaneringen in uitvoering komen. In Brazilië en Chili leveren investeringen in mijnbouw en energie ook veel milieuwerk op. In Europa staat de overheidsmarkt onder druk waardoor minder milieueffectrapportages op de markt komen, maar trekt de vraag van bedrijven aan. Dit resulteerde in groei in Duitsland en Frankrijk terwijl in Engeland herstel zichtbaar werd.

Gebouwen(18% van omzet)
De omzet daalde 9%, de bruto toegevoegde waarde steeg 3%. Dit verschil ontstond door enerzijds deconsolidatie van AAFM met veel werk derden en anderzijds de overname van Rise en enkele kleinere bedrijven. Het valuta-effect was min 3%. Autonoom daalde de omzet 1%, terwijl de bruto toegevoegde waarde 1% toenam. In Nederland en Engeland liepen de activiteiten terug, mede door terughoudendheid bij overheden. RTKL groeide in Azië en het Midden-Oosten, vooral door succes in de commerciële vastgoedmarkt in China. In België en Duitsland zorgden private investeringen voor groei.

Vooruitzichten
Verwacht wordt dat de trends van de afgelopen periode zich de komende kwartalen zullen voortzetten. Wel is door de aanhoudende onrust op de financiële markten en de mogelijke gevolgen daarvan voor de economie, de onzekerheid toegenomen.

In de infrastructuurmarkt hebben overheidsbezuinigingen in Europa en Amerika een negatief effect. Dit wordt gecompenseerd door de aanhoudend sterke groei in Brazilië en Chili, in Brazilië nog aangejaagd door de Olympische Spelen (2016). Europese overheden spannen zich in om grote projecten te ontzien, mede door private financiering. Onze werkvoorraad is gezond, met grote projecten waarvan financiering vast ligt. De situatie in lokale markten zal voorlopig niet verbeteren waardoor prijzen onder druk blijven.

Ook in de watermarkt leiden krappe overheidsbudgetten tot druk op de omzet. De nieuwe recent verworven projecten in de Verenigde Staten tonen onze focus op uitbreiding, vernieuwing en efficiencyverbetering van voorzieningen in grote steden. Omdat het bij water veelal om nutsvoorzieningen gaat, blijft de basis voor investeringen solide. De markten in Zuid-Amerika en het Midden-Oosten zijn kansrijk en hier wordt ingezet op groei.

De milieumarkt ontwikkelt zich positief. In Amerika profiteren we van de trend dat bedrijven niet-kernactiviteiten outsourcen waardoor we marktaandeel kunnen uitbreiden. De recente grote contracten leggen de basis voor voortgaande groei, terwijl de pijplijn van GRiP® projecten goed is gevuld. Mijnbouw en energieprojecten geven in Brazilië en Chili veel vraag naar milieudiensten met kansen om klanten ook elders in Zuid-Amerika te helpen. In Europa trekt de vraag van bedrijven aan, wat de daling bij de overheid compenseert.

De situatie in de gebouwenmarkt is verbeterd. De commerciële vastgoedmarkt in Europa en de Verenigde Staten is stabiel met een aantrekkende vraag naar herontwikkeling van bestaande gebouwen. RTKL compenseert stagnatie in de Amerikaanse markt door volop in te zetten op expansie in Azië en het Midden-Oosten. De overheidsmarkt staat onder druk, maar bedrijfsinvesteringen trekken aan met kansen voor projectmanagement en ontwerpwerk en toenemende interesse voor internationale raamwerkcontracten.

Bestuursvoorzitter Harrie Noy concludeert: “Onze orderportefeuille is goed gevuld en stabiel ten opzichte van eind 2010. Bestedingen van overheden in Europa en Amerika staan onder druk, maar private bestedingen nemen toe met positieve effecten op de milieu- en gebouwenmarkt, terwijl Brazilië, Chili, Azië en delen van het Midden-Oosten veel perspectief bieden. De getroffen maatregelen hebben naar verwachting een positief effect op de marges in het tweede halfjaar. Verdere uitbreiding door acquisities staat hoog op de agenda. De consolidatie in onze bedrijfstak biedt hiervoor goede mogelijkheden. Met de herfinanciering is de financiële ruimte gecreëerd om onze strategische ambities te realiseren. Voor heel 2011 verwachten wij een stijging van de netto operationele winst van 0 – 5%. Dit is exclusief de winst uit verkoop van AAFM en onder voorbehoud van onvoorziene omstandigheden.”

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Joost Slooten, ARCADIS NV, tel: 020 2011083, of buiten kantooruren mobiel: 06 2706 1880, e-mail: joost.slooten@arcadis.com

Over ARCADIS
ARCADIS is een internationale onderneming die advies, ontwerp-, ingenieurs- en managementdiensten levert op de gebieden infrastructuur, water, milieu en gebouwen. We verbeteren mobiliteit, duurzaamheid en de kwaliteit van leven, door balans aan te brengen in de gebouwde en natuurlijke leefomgeving. ARCADIS ontwikkelt, ontwerpt, implementeert, onderhoudt en exploiteert projecten voor bedrijven en overheden. Met 16.000 medewerkers en EUR 2 miljard omzet, heeft de onderneming een uitgebreid internationaal netwerk dat steunt op sterke lokale marktposities. ARCADIS ondersteunt UN-HABITAT met kennis en expertise om de leefomstandigheden in snel groeiende steden over de hele wereld te verbeteren. Bezoek ons op www.arcadis.com

 

Einde persbericht


Overname Persbericht:

Overname van bovenstaand persbericht is, met inachtneming van onze algemene voorwaarden, toegestaan met bronvermelding: "Bron: AllePersberichten.nl".


Disclaimer:

AllePersberichten.nl velt geen oordeel over de juistheid en/of volledigheid van de geboden informatie in bovenstaand persbericht en kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor eventuele tekortkomingen.