• Autonome omzetgroei blijft in derde kwartaal met 3% op goed niveau
• Amerikaanse milieumarkt, Zuid-Amerika en Azië belangrijkste groeimarkten
• Omzet daalt 3% door valuta-effecten en desinvesteringen
• Netto operationele winst 5% lager door valuta-effecten en projectverliezen in Polen
• Herstel van onderliggende EBITA marge op niveau doelstelling van 10%
• Netto operationele winst heel 2011 naar verwachting ongeveer op het niveau van 2010
 
ARCADIS heeft over het derde kwartaal 2011 resultaten bekend gemaakt die in lijn liggen met de op 17 oktober jl. gepubliceerde trading update in verband met de overname van EC Harris. Door valuta-effecten en desinvesteringen daalde de omzet met 3% naar € 485 miljoen. De autonome groei bedroeg 3% en kwam vooral uit de Amerikaanse milieumarkt, Zuid-Amerika en Azië. Minder overheidsbestedingen zorgden in Nederland, België en vooral in Polen voor een daling van activiteiten. Ondanks druk op marges vooral in de publieke sector, herstelde de onderliggende marge naar het niveau van de doelstelling van 10%. De netto operationele winst daalde 5% naar € 18,2 miljoen. Dit kwam door valuta-effecten en verliezen in Polen door het stoppen van wegenprojecten.
 
In de eerste negen maanden was de omzet € 1.441 miljoen, iets lager dan vorig jaar. De autonome groei bedroeg 3%. De netto operationele winst steeg 1% naar € 55,2 miljoen.
 
Medio oktober werd de overname aangekondigd van EC Harris, een internationaal consultancy bedrijf, met hoofdkantoor in Londen, dat hoogwaardige advies- en management-diensten levert voor gebouwen, bedrijfsfaciliteiten en infrastructurele voorzieningen. EC Harris heeft een jaaromzet van circa € 290 miljoen en 2.600 werknemers. De overname wordt mede gefinancierd door uitgifte aan de verkopende partners van 3 miljoen ARCADIS aandelen. Afronding van de overname wordt begin november verwacht.

Bestuursvoorzitter Harrie Noy zei: “Dankzij onze geografische spreiding blijft de autonome groei op een goed niveau. Vooral in opkomende markten, zoals Brazilië, Chili en China groeien we sterk, terwijl we ook erg succesvol zijn in de Amerikaanse milieumarkt. De overheidsbezuinigingen in Europa en de VS spelen ons weliswaar parten, maar we profiteren van aantrekkende bestedingen van bedrijven, ook in Europa. Met EC Harris krijgen we wereldwijd een leidende positie in projectmanagement en gerelateerde diensten hoog in de waardeketen, een veel steviger voet aan de grond in Azië en het Midden-Oosten en een sterke positie in de UK, essentieel voor dienstverlening aan multinationale klanten. Kortom, dit is strategisch een belangrijke stap voor ARCADIS die ons nog beter positioneert voor groei.”

Belangrijkste cijfers

Bedragen in € miljoenen, tenzij anders vermeld

Derde kwartaal

Eerste negen maanden

2011

2010

D

2011

2010

D

Omzet

485

503

-3%

1.441

1.463

-2%

Bruto toegevoegde waarde

340

346

-2%

1.042

1.025

2%

EBITA

31,8

 35,1

-10%

107,5

96,3

12%

EBITA recurring 1)

31,8

35,1

-10%

100,1

96,3

4%

Netto winst

17,5

18,0

-3%

58,9

51,3

15%

Idem per aandeel (in €)

0,26

0,27

-4%

0,89

0,78

15%

Netto operationele winst 2)

18,2

19,1

-5%

55,2

54,7

1%

Idem per aandeel (in €) 2)

0,27

0,29

-6%

0,84

0,83

1%

Gem. aantal uitstaande aandelen (mln)

66,2

65,8

 

66,0

66,2

 

1) Exclusief winst op verkoop 50% belang in AAFM
2) Vóór amortisatie en niet-operationele items (winst verkoop AAFM, eenmalige financieringslasten en kosten Lovinklaan)

Derde kwartaal
De omzet daalde 3%. Het valuta-effect was 5% negatief, vooral door een zwakkere dollar versus de euro. De verkoop van AAFM ) enerzijds en de overname van het Amerikaanse Rise (vierde kwartaal 2010) en enkele kleinere bedrijven anderzijds had per saldo een negatief effect op de omzet van 1%. Autonoom groeide de omzet 3%.

De bruto toegevoegde waarde (omzet eigen medewerkers) daalde 2%. Het valuta-effect was 5% negatief, de bijdrage van acquisities en desinvesteringen per saldo 1% positief 1). De autonome groei van 3% kwam uit Zuid-Amerika en Azië, terwijl in de Verenigde Staten de milieumarkt en in wat mindere mate de projectmanagementactiviteiten bijdroegen aan de groei, ten dele teniet gedaan door teruggang in de watermarkt. In Europa ontwikkelden Frankrijk en Duitsland zich positief en zorgden aantrekkende private bestedingen voor herstel in het Verenigd Koninkrijk. Minder vraag van overheden leidde tot daling van activiteiten in Nederland en België. In Polen liep de omzet sterk terug door het stilleggen van projecten.

De EBITA daalde met 10% tot € 31,8 miljoen. Hiervan was 6% het gevolg van negatieve valuta-effecten. De bijdrage van acquisities was per saldo nihil. Braziliaanse energieprojecten leverden een verlies op van € 0,3 miljoen, tegenover een verkoopwinst vorig jaar van € 1,3 miljoen. De bijdrage van carbon credits uit Brazilië was € 0,3 miljoen (2010: nihil). De reorganisatiekosten bedroegen € 2,0 miljoen (2010: € 1,5 miljoen). Exclusief deze effecten was de onderliggende EBITA licht hoger dan vorig jaar. Herstel van winstgevendheid in het Verenigd Koninkrijk en hogere winsten in Noord- en Zuid-Amerika werden vrijwel volledig teniet gedaan door lagere resultaten in delen van Europa, mede door verliezen in Polen.
De marge (EBITA als percentage van bruto toegevoegde waarde) kwam uit op 9,4% (2010: 10,1%). Geschoond voor carbon credits, effect energieprojecten en reorganisatielasten, was de onderliggende marge 10,0% ten opzichte van 10,3% vorig jaar.
 
De financieringslasten stegen naar € 6,1 miljoen (2010: € 5,0 miljoen) door de uitbreiding van het belang in Brazilië en hogere rentes op geherfinancierde leningen. De belastingdruk was 30,7% (2010: 32,6%). De netto operationele winst daalde met 5%. Dit is minder dan de daling van de EBITA doordat ARCADIS vanaf het derde kwartaal 2011 het resterende belang in de advies- en ingenieursactiviteiten van ARCADIS Logos in Brazilië heeft overgenomen.

Eerste negen maanden
De omzet was 2% lager dan vorig jaar. Het valuta-effect was 4% negatief en de bijdrage van acquisities en desinvesteringen per saldo 1% negatief. Exclusief de bijdrage uit de verkoop van energieprojecten in Brazilië (in het tweede kwartaal), groeide de omzet autonoom 3%.

De bruto toegevoegde waarde nam 2% toe. Het valuta-effect was 3% negatief, het effect van acquisities en desinvesteringen per saldo 1% positief. Exclusief de bijdrage uit de verkoop van energieprojecten was de autonome groei 3%.

De EBITA bedroeg € 107,5 miljoen. Exclusief de winst uit de verkoop van AAFM steeg de recurring EBITA 4% naar € 100,1 miljoen. Het valuta-effect was 4% negatief, de bijdrage van acquisities en desinvesteringen per saldo nihil (exclusief AAFM). In de recurring EBITA zaten de volgende bijzondere elementen:
 Een bijdrage van per saldo € 9,2 miljoen (vóór belastingen) uit Braziliaanse energieprojecten, terwijl in 2010 nog een  verlies werd geleden van € 3,2 miljoen.
 Een bijdrage van carbon credits van € 2,5 miljoen (2010: € 0,1 miljoen).
 Reorganisatie en integratiekosten van € 10,6 miljoen (2010: € 4,8 miljoen).

Rekening houdend met deze effecten was de autonome daling van de EBITA 1%. De marge (recurring EBITA als percentage van bruto toegevoegde waarde) kwam uit op 9,6% (2010: 9,4%). Gecorrigeerd voor de hiervoor genoemde bijzondere posten, was de onderliggende marge 9,6% ten opzichte van 10,1% vorig jaar. De financieringslasten waren € 18,4 miljoen en exclusief de eenmalige effecten van de in juni 2011 afgeronde herfinanciering € 14,5 miljoen (2010: € 13,7 miljoen). De belastingdruk van 27,0% (2010: 33,5%) is gebaseerd op de te verwachten belastingdruk voor het hele jaar. Dit is aanzienlijk lager dan vorig jaar, mede door de belastingvrije opbrengst uit de verkoop van AAFM. De netto operationele winst steeg 1%.

Ontwikkelingen per marktsegment
De hierna genoemde cijfers hebben betrekking op de omzet en gelden voor de eerste negen maanden van 2011 in vergelijking met dezelfde periode in 2010, tenzij anders vermeld.
 
• Infrastructuur (28% van omzet) Groeicijfers exclusief verkoop energieprojecten Brazilië.
De omzet nam 5% toe. Het valuta-effect was nihil, de bijdrage van acquisities min 1%. Autonoom steeg de omzet 5%, de bruto toegevoegde waarde 8%. De groei was het sterkst in Brazilië en Chili, vooral in mijnbouw en energieprojecten. Door bezuinigingen van de overheid namen de activiteiten in Nederland, België en Tsjechië af. Grote projecten lopen in het algemeen door, behalve in Polen waar wegprojecten zijn stilgelegd, resulterend in een scherpe omzetdaling. In de Verenigde Staten, Duitsland en Engeland zorgde de vraag naar projectmanagement voor meer omzet, terwijl ook in Frankrijk groei optrad.
• Water (17% van omzet)
De omzet daalde 14% bij een negatief valuta-effect van 4%. Autonoom daalde de omzet 10%, de bruto toegevoegde waarde 6%. Dit kwam mede door afronding van het contract in New Orleans waar ARCADIS vanaf 2007 werkte aan kustbescherming. Hoewel in de Verenigde Staten eerder dit jaar grote projecten werden verworven, heeft budgetkrapte bij lokale overheden een negatief effect op de markt. Ook in Europa staat de markt onder druk door overheidsbezuinigingen. In Nederland trekken de activiteiten wat aan. Bij diverse multinationale bedrijven werden watercontracten verworven.
• Milieu (38% van omzet)
De omzet steeg 5%. Het valuta-effect was 6% negatief. Autonoom groeide de omzet 11%, de bruto toegevoegde waarde 9%. De toenemende vraag vanuit de private sector en de uitbreiding van marktaandeel zorgen in de Verenigde Staten voor sterke groei. In Brazilië en Chili leveren investeringen in mijnbouw en energie veel milieuwerk op. In Europa staat de overheidsmarkt onder druk waardoor minder milieueffectrapportages op de markt komen. Daar staat tegenover dat de vraag van bedrijven aantrekt, resulterend in sterk herstel van activiteiten in Engeland en voortgaande groei in Duitsland en Frankrijk.
• Gebouwen(17% van omzet)
De omzet daalde 12%, de bruto toegevoegde waarde 1%. Het verschil ontstond vooral door deconsolidatie van AAFM met veel werk derden. Het valuta-effect was min 3%. Autonoom daalde de omzet 3%, de bruto toegevoegde waarde 2%. RTKL groeide in Azië en het Midden-Oosten, vooral door succes in de commerciële vastgoedmarkt in China, maar had wel last van stagnatie in de Amerikaanse markt. In Nederland, Engeland en de Verenigde Staten liepen de activiteiten terug door terughoudendheid bij overheden, terwijl in België, Duitsland en Frankrijk private investeringen zorgden voor groei.

Vooruitzichten
De infrastructuurmarkt in Europa en Amerika wordt negatief beïnvloed door bezuinigingen van de overheid. Dit wordt gecompenseerd door de aanhoudend sterke groei in Brazilië en Chili, in Brazilië nog aangejaagd door de Olympische Spelen (2016). Europese overheden spannen zich in om grote projecten te ontzien, mede door private financiering. Onze werkvoorraad is gezond, met grote projecten waarvan financiering vast ligt. De situatie in lokale markten zal voorlopig niet verbeteren waardoor prijzen onder druk blijven.
Ook in de watermarkt leiden krappe overheidsbudgetten tot druk op de omzet. In de Verenigde Staten ligt onze focus op uitbreiding, vernieuwing en efficiencyverbetering van bestaande voorzieningen in grote steden. In Nederland is het rijksbeleid een belangrijke pijler onder de markt. Omdat het bij water veelal om nutsvoorzieningen gaat, blijft de basis voor investeringen solide. De markten in Zuid-Amerika en het Midden-Oosten zijn kansrijk. Dat geldt ook voor uitbreiding van activiteiten bij de industrie.
De milieumarkt ontwikkelt zich positief. In Amerika profiteren we van de trend dat bedrijven niet-kernactiviteiten outsourcen waardoor we marktaandeel kunnen vergroten. De eerder verworven grote contracten leggen de basis voor voortgaande groei, terwijl de pijplijn van GRiP® projecten goed is gevuld. Mijnbouw en energieprojecten geven in Brazilië en Chili veel vraag naar milieudiensten met kansen om klanten ook elders in Zuid-Amerika te helpen. In Europa trekt de vraag van bedrijven aan, wat de daling bij de overheid compenseert.
EC Harris versterkt onze positie in de gebouwenmarkt aanzienlijk, met veel kansen voor synergie en groei in het Midden-Oosten en Azië. De commerciële vastgoedmarkt in Europa en de Verenigde Staten is stabiel met een aantrekkende vraag naar herontwikkeling van gebouwen. RTKL compenseert stagnatie in de Amerikaanse markt door volop in te zetten op verdere internationale expansie. De overheidsmarkt staat onder druk, maar bedrijven investeren weer en hebben toenemende interesse voor internationale raamcontracten.

Bestuursvoorzitter Harrie Noy concludeert: “Onze orderportefeuille blijft goed gevuld ondanks een lichte daling in het derde kwartaal. Investeringen van overheden in Europa en Amerika staan onder druk, maar private bestedingen nemen toe, terwijl Brazilië, Chili, Azië en delen van het Midden-Oosten veel perspectief bieden. De overname van EC Harris en hun ‘Built Asset Consultancy’ benadering versterkt onze concurrentiepositie in alle marktsegmenten waarin wij actief zijn. Hoewel de onrust op financiële markten leidt tot meer onzekerheid over de ontwikkeling van de economie, verwachten wij dat de markttrends in het vierde kwartaal niet significant zullen wijzigen. Door de zwakke marktomstandigheden in Polen en de enigszins hogere financieringslasten en belastingdruk dan eerder voorzien, verwachten we dat de netto operationele winst voor geheel 2011 ongeveer op het niveau zal liggen van 2010. Dit is exclusief de € 7,4 miljoen boekwinst op de verkoop van AAFM, exclusief de consolidatie van en kosten gerelateerd aan de overname van EC Harris, en onder voorbehoud van onvoorziene omstandigheden.”

 

Einde persbericht


Overname Persbericht:

Overname van bovenstaand persbericht is, met inachtneming van onze algemene voorwaarden, toegestaan met bronvermelding: "Bron: AllePersberichten.nl".


Disclaimer:

AllePersberichten.nl velt geen oordeel over de juistheid en/of volledigheid van de geboden informatie in bovenstaand persbericht en kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor eventuele tekortkomingen.